Direct naar de inhoud
Lafaire Banden
Banden en montage

Zo controleer je de bandenspanning van je auto

Een controlelampje is niet de enige reden om je bandenspanning na te kijken. Met de juiste waarde voor jouw auto en een paar vaste stappen controleer je zelf of de banden goed op druk zijn.

Door Daan Verhoeven · · 2 min leestijd

Monteur controleert bandenspanning van auto met analoge bandenspanningsmeter bij garage

De juiste bandenspanning staat niet op elke auto gelijk aangegeven: de waarde kan verschillen per voertuig, as en belading. Daarom is een algemene tabel hooguit een aanwijzing en begint een goede controle bij de gegevens van de autofabrikant. Hieronder lees je waar je die vindt, wanneer je meet en hoe je de uitkomst beoordeelt.

Welke spanning hoort bij jouw auto?

Er is geen universele bandenspanning voor auto’s. De voorgeschreven druk hangt af van de auto en kan voor de voor- en achterbanden verschillen. De autofabrikant vermeldt de juiste waarden meestal in het instructieboekje, op een sticker in de deurstijl of aan de binnenkant van de tankklep. Volgens bandenfabrikant Michelin staan daar vaak ook aparte waarden voor normale en maximale belading.

Volg de waarde voor jouw auto, bandenmaat en gebruikssituatie. Een algemene tabel kan helpen als oriëntatie, maar vervangt de voertuiggegevens niet. Neem bij volle belading de bijbehorende waarde over als de fabrikant die vermeldt. Wie twijfelt welke bandenmaat op de auto zit, kan ook de informatie over de juiste banden kiezen erbij pakken.

Wanneer en waarmee meet je?

Meet de spanning bij voorkeur wanneer de auto nog niet heeft gereden: zo zijn de banden koud en vergelijk je de uitkomst met de fabriekswaarde. De ANWB adviseert de bandenspanning maandelijks te controleren en ook vóór een lange rit. Een bandenpomp bij een tankstation is handig om te meten en bij te vullen; een losse bandenspanningsmeter is een alternatief. De ANWB merkt op dat de meter van een pomp niet altijd nauwkeurig is.

Zo controleer en corrigeer je de spanning

  1. Zoek eerst de voorgeschreven waarden op en bepaal of je rijdt met normale of zware belading.
  2. Verwijder het ventieldopje en plaats de meter of het mondstuk recht op het ventiel.
  3. Lees de druk af en vergelijk die met de juiste waarde voor die band. Stel de pomp in op de gewenste druk als het apparaat dat vraagt.
  4. Vul zo nodig lucht bij of laat lucht ontsnappen tot de waarde klopt. Beweeg het mondstuk niet heen en weer; de ANWB waarschuwt dat een ventiel daardoor kan beschadigen.
  5. Plaats het ventieldopje terug en herhaal de controle bij de andere banden. Heeft je auto een reservewiel, controleer dan ook dat volgens de waarde in de handleiding.

Wat vertelt de uitkomst?

Een kleine correctie kun je doorgaans zelf uitvoeren met een pomp. Moet je één band veel vaker bijvullen dan de andere, of is er duidelijk meer lucht uit dan verwacht, dan kan er een probleem zijn met de band of het ventiel. De ANWB noemt meer dan 1 bar bijvullen als reden om een lek te laten onderzoeken. Controleer ook meteen op zichtbare schade en onregelmatige slijtage.

Het bandenspanningscontrolesysteem, vaak afgekort tot TPMS, waarschuwt bij een drukprobleem, maar vervangt een periodieke handmatige controle niet. Als een band snel druk verliest, zichtbaar beschadigd is of slap oogt, laat hem controleren in plaats van alleen steeds lucht bij te vullen. Een stabiele spanning helpt bovendien onnodige slijtage te beperken; de ANWB legt uit dat te lage spanning de rolweerstand en bandenslijtage kan verhogen.

Veelgestelde vragen

Waar staat de juiste bandenspanning voor mijn auto?

Kijk in het instructieboekje of op de bandenspanningssticker. Die zit vaak aan de binnenkant van het bestuurdersportier of bij de tankklep. Op de sticker kunnen aparte waarden staan voor de voor- en achterbanden en voor normale of zware belading. Gebruik de waarde die past bij jouw bandenmaat en situatie.

Moet ik de bandenspanning aanpassen als de auto zwaar beladen is?

Dat kan nodig zijn. De autofabrikant vermeldt soms een aparte spanning voor maximale belading, bijvoorbeeld voor een vakantiereis met passagiers en bagage. Controleer de sticker of handleiding en volg de waarde voor die belading. Verhoog de spanning niet op eigen initiatief boven de voorgeschreven waarde.

Kan ik na het rijden de bandenspanning meten?

Bij voorkeur meet je voordat je die dag hebt gereden, zodat de banden koud zijn. Rijden warmt de banden op en verhoogt de gemeten druk. Is de band warm, stel de spanning dan niet zomaar lager in: controleer opnieuw wanneer de banden zijn afgekoeld en volg de instructies van de autofabrikant.

Wat als het bandenspanningslampje na het oppompen blijft branden?

Raadpleeg de handleiding: bij sommige auto’s moet je het controlesysteem na het corrigeren opnieuw instellen. Blijft de waarschuwing terugkomen, controleer dan de banden opnieuw en let op een zichtbare beschadiging of snel drukverlies. Rijd niet door met een band die duidelijk zacht is; laat de oorzaak controleren.

In de rubriek Banden en montage